posts getagt ‘HF13’

Licht op de langste dag

zaterdag, juni 22nd, 2013

Het is altijd verleidelijk een symbolische betekenis toe te kennen aan het weer. Dus als het op de langste dag van het jaar een grauwe, regenachtige boel is en de Radio Kamer Filharmonie speelt haar allerlaatste concert, dan is het slechts een kwestie van optellen: ‘Zie je wel, het hele universum treurt mee om de roemloze ondergang van dit prachtige orkest.’
Ook zonder magisch denken is de opheffing van de Radio Kamer Filharmonie een drama. Sinds januari van dit jaar wordt zichtbaar wat de gevolgen zijn van het hak- en sloopwerk dat het vorige kabinet in gang heeft gezet – vooral om de PVV tevreden te stellen. Een kabinet dat achteraf gezien op een vergissing berustte en dat dan ook voortijdig is gevallen.
Zelden zal een orkest op zo’n superieur niveau én barokmuziek, én het romantisch repertoire én eigentijds werk hebben vertolkt, elk genre met een gespecialiseerde dirigent. Op > www.muziekvan.nu staat precies vermeld welke werken de Radio Kamer Filharmonie sinds 2005 in première heeft gebracht. Een kleine rekensom leert dat het om 97 composities gaat; na het concert afgelopen vrijdag in het Holland Festival blijft de teller nu steken op 101.

De musici lieten zich niet kennen en speelden trefzeker als altijd een programma rond het optimistische thema ‘licht’. Zoals het poëtische L’heure bleue van de Japanse componiste Misato Mochizuki (1969), die de geheimzinnige overgang van nacht naar dag, het moment dat de natuur nog even haar adem inhoudt, in noten heeft gevat. Mooi is hoe Mochizuki met zacht geritsel en gewriemel de diepe nachtelijke stilte tot klinken brengt.
De Franse componist Régis Campo (1968) staat met zijn prachtige coloriet in de traditie van Debussy. In Lumen II laat hij het orkest schitteren en flonkeren, terwijl het stuk dromerig alle kanten op meandert. Het begrip ‘structuur’ lijkt afwezig in Campo’s klankwereld, maar zijn omzwervingen boeien van begin tot eind.
Wat een verschil met Matijs de Roo (1977), die het orkest laat rondstuiteren alsof hij eerst een liter Red Bull heeft weggeklokt, voor hij achter de componeertafel kroop. Tutti heet zijn werk en dat is geen woord te veel: het voltallige orkest speelt op volle sterkte met een leidende rol voor het slagwerk. Zelfs de verstilde lyrische vioolmelodie aan het eind wordt aan flarden gescheurd met een gemene zweepslag.
Teleurstellend was het vioolconcert Aufgang van de Franse componist Pascal Dusapin – zeker in het licht van de niet geringe reputatie van de Fransman, die wel als het artistieke geweten post-Boulez wordt gezien. Ook al kent Aufgang een paar ijzingwekkend mooie momenten, de expressie is zo direct ontleend aan het romantisch vioolconcert dat het nauwelijks kan verrassen.

Pikant detail is dat Dusapin op dit moment in Frankrijk onder vuur ligt, omdat hij een jongere collega de mond heeft proberen te snoeren. Nadat Jérôme Ducros, tijdens een discussie op het eminente Collège de France over het thema ‘L’atonalisme et après?’, had beweerd dat er nog altijd prachtige stukken in c klein kunnen worden geschreven, heeft Dusapin de directeur van het Collège op het hart gedrukt geen podium te bieden aan dit soort verwerpelijke opvattingen.
Deze discussie wordt tot in de krantenkolommen uitgevochten.
Kom daar maar eens om in Nederland.

Jacqueline Oskamp

Licht op de langste dag, 21 juni Muziekgebouw aan ‘t IJ

Brooklyn to Berlin

maandag, juni 17th, 2013

Tijdens het nagesprek, na afloop van het concert Brooklyn to Berlin, kijkt hij me met zijn grote bruine ogen aan, terwijl hij antwoord geeft op mijn vraag of hij vaker voor klassieke musici heeft geschreven. Opeens begrijp ik het geheim van Lee Ranaldo. Uit die rustige blik spreken vertrouwen en nieuwsgierigheid. Hij is een man die kan samenwerken, die anderen op hun gemak stelt en die openstaat voor de ongewisse uitkomsten van een creatief proces.

Levert dat ook goede muziek op?

Afgelopen vrijdag klonk in het Muziekgebouw aan ’t IJ het stuk Hurricane Transcriptions dat de New Yorkse zanger/gitarist Lee Ranaldo, voorman van de experimentele rockgroep Sonic Youth, schreef voor het op klassieke leest geschoeide Ensemble Kaleidoskop uit Berlijn. Het onderwerp van de compositie spreekt tot de verbeelding. Op de dag dat de orkaan Sandy, driekwart jaar geleden, zijn hoogtepunt bereikte, ging Ranaldo met een recorder de straat op en registreerde de onnavolgbare geluiden van de storm, die de stad veranderde in ‘een gigantische windharp’.

Dit fascinerende klankbeeld vertaalde hij naar een partituur voor het strijkorkest Kaleidoskop. Inderdaad gieren, piepen, kreunen en kermen de strijkers erop los, vooral als Ranaldo op zijn elektrische gitaar het aantal Beauforts nog wat opvoert. Als veilige bakens in deze onheilspellende atmosfeer fungeren de liedjes van zijn laatste cd: Between the Times and the Tides. Popsongs die hij met een sonoor stemgeluid over het voetlicht brengt.
Het idee klopt, uit zijn Fender Rhodes haalt Ranaldo verrassende klanken, de strijkers zijn allerminst veroordeeld tot zoetige bijrollen – dus ja, Hurricane Transcriptions is best aardig.

Is dat voldoende?

Ranaldo heeft de pech dat eerder die avond Fuel van de eveneens New Yorkse componist Julia Wolfe klonk. Fuel is gebaseerd op een vergelijkbaar concept: een impressie van de containeroverslag in een zeehaven. Ook hier krijgen de strijkers rauwe, ongepolijste en schurende noten te spelen. Het verschil is dat Wolfe geen popmuzikant maar een gehaaide componist is, die haar idee radicaler en dus krachtiger weet vorm te geven.

Hurricane Transcriptions bewijst nog eens dat het een niet te onderschatten opgave is om twee uiteenlopende muzikale werelden zo te integreren dat het beste van beide bewaard blijft. Aan de verzamelde intenties, mentaliteiten en vaardigheden lag het hier niet, want ook de vijftien avontuurlijke strijkers van Kaleidoskop stortten zich met overgave in het onbekende.

Kortom, als het zo niet lukt, hoe dan wel?

Jacqueline Oskamp

Brooklyn to Berlin, 14 juni Muziekgebouw aan ‘t IJ

For Bunita Marcus

zaterdag, juni 8th, 2013

Even tevoren wist ik het nog zo aardig te brengen. In een inleiding voorafgaand aan het concert vertelde ik het publiek dat de muziek van Morton Feldman de luisteraar in een andere staat van bewustzijn brengt. Dat je als het ware even buiten de tijd komt te staan en dat je in de loop van deze soms uren durende composities, een andere, veel grotere wereld betreedt die achter het conventionele luisteren ligt.

Maar als Reinbert de Leeuw even later bedachtzaam de eerste, spaarzame noten van het tachtig minuten omvattende pianowerk For Bunita Marcus tot leven brengt, blijkt de werkelijkheid bepaald niet zo makkelijk om te buigen naar een esoterische ervaring. Het handjevol klanken dat De Leeuw op de grens van het hoorbare aan de vleugel ontlokt, is slecht opgewassen tegen het lawaai dat vijfhonderd man publiek produceert. Zelfs als het zijn uiterste best doet om stil te zijn.

(meer…)

Sunken garden

donderdag, juni 6th, 2013

Over één ding zijn de sprekers het eens: ze gaan niet voor futuroloog spelen. Het Holland Festival heeft vier muziektheater-cracks rond de tafel gezet om te praten over de stelling ‘Is muziektheater de kunstvorm van de 21ste eeuw?’ Ze hebben allemaal een productie in het festival: Peter Sellars (Desdemona), James Dillon (Nine Rivers), Michel van der Aa (Sunken Garden) en Luca Francesconi (Quartett).

Strikt genomen levert de discussie geen nieuwe gezichtpunten op. Sellars houdt een geëxalteerde lofzang op de samenwerking tussen uiteenlopende kunstenaars, Dillon krimpt geërgerd ineen bij zoveel utopisch optimisme (‘Soms is een echtscheiding het enige antwoord’), Francesconi betoogt dat ‘opera’ het meervoud is van ‘opus’ en dat het samengaan van meerdere disciplines zo oud is als het genre zelf, Van der Aa houdt een pleidooi voor het hier en nu: om welke muzikale en theatrale uitdrukkingsvormen vraagt het stuk dat ik nú wil maken?

(meer…)

Quartett

dinsdag, juni 4th, 2013

Wat een opluchting dat niet álles ‘leuk’, ‘hip’ of – overtreffende trap – ‘überhip’ hoeft te zijn. De openingsvoorstelling van het Holland Festival, de opera Quartett van de Italiaanse componist Luca Francesconi, mag gerust worden opgevat als een statement van festivaldirecteur Pierre Audi: onder zijn auspiciën gaat niet alle kunst eerst door de wasstraat van het amusement. Elitair? Nee, serieus. Tenslotte gaat Quartett over de minder aangename kanten van het leven – geen wonder aangezien Francesconi zich baseerde op het gelijknamige toneelstuk van aartspessimist Heiner Müller.

(meer…)