November Music: Songs of pure Nothingness

Holmertz & Karlsson – Songs of pure Nothingness

November Music betreedt vele paden, ook dat van de internationale samenwerking. In co-productie met het Vlaamse Transit Festival en het Noorse Ultima Contemporary Music Festival werd een tournee mogelijk gemaakt van de uit Zweden afkomstige sopraan Elisabeth Holmertz en pianist Kenneth Karlsson. Allebei zowel thuis in de oude als in de nieuwe muziek gaven ze op 8 november in de Toonzaal een gevarieerd lunchconcert, waarbij Karlsson niet alleen de vleugel maar ook het Indiaas harmonium en een minipiano bespeelde.

Het programma trapte af met twee nieuwe werken. In Song of pure nothingness van de jonge Britse componiste Tansy Davies, met het harmonium, vond in de loop van het stuk aardige interactie plaats tussen de musici, soms hanteert de zangeres de blaasbalg van het harmonium, dan weer sprak Karlsson een eigen tekst als contrapunt bij de gezongen noten van zijn collega. Zo onstonden er dwarsverbanden, al bleef de noodzaak van de noten duister. Sind wir nicht geplagte wesen van de Vlaming Thomas Smetrys voor sopraan en minipiano, op tekst van Novalis en oorspronkelijk voor kids gecomponeerd, klonk als een frisse, frêle Schubert met een knipoog. Na de gecondenseerde Sechs kleine Klavierstücke van Arnold Schönberg viel Noche Oscura van festivalcomponist Rob Zuidam wat tegen. Een Zuidam zing je als sopraan liever niet vroeg op de dag, Holmertz leek nog niet ‘los’ genoeg voor de gevraagde extreme hoogte en wendbaarheid.

Sluitstuk van het concert was de twintig minuten durende cyclus Wie stille brannte das Licht van de Oostenrijker Georg Friedrich Haas. De componist, net zestig, kreeg in het afgelopen decennium allengs een prominentere plaats op de kaart van de Europese hedendaagse muziek. Gedreven door een al vroeg gesignaleerde ontevredenheid met de harmonische mogelijkheden van het gelijkzwevend systeem, wendde hij zich tot de microtonen en de ‘ultrachromatiek’.

In de zeven delen van de cyclus wordt de stem afwisselend instrumentaal – soms als een loeiende sirene – ingezet dan weer een deel in prachtige zanglijnen poëzie zingend. De instrumentale stukken zijn soms keihard, compromisloos hamerend, maar de musici zijn met het stuk vergroeid en dat spat ervanaf. Haas, Holmertz en Karlsson laten ons alle hoeken van de Toonzaal zien, en als het stuk afsluit met ‘Maienregen’ ben ik best wel verkocht. Voor wie, net als ik, zich afvraagt waarom November Music zijn publiek een vocaal recital zonder een simpel velletje met de gezongen teksten aandoet, volgt hierbij de tekst van ‘Maienregen’ – gedicht van Else Lasker-Schüller (1869-1945).

Maienregen
Du hast deine warme Seele
Um mein verwittertes Herz geschlungen,
Und all seine dunklen Töne
Sind wie ferne Donner verklungen.

Aber es kann nicht mehr jauchzen
Mit seiner wilden Wunde,
Und wunschlos in deinem Arme
Liegt mein Mund auf deinem Munde.

Und ich höre dich leise weinen,
Und es ist – die Nacht bewegt sich kaum -
Als fiele ein Maienregen
Auf meinen greisen Traum.

Marianne de Feijter

Tags: ,

Reageer