Sunken garden

Over één ding zijn de sprekers het eens: ze gaan niet voor futuroloog spelen. Het Holland Festival heeft vier muziektheater-cracks rond de tafel gezet om te praten over de stelling ‘Is muziektheater de kunstvorm van de 21ste eeuw?’ Ze hebben allemaal een productie in het festival: Peter Sellars (Desdemona), James Dillon (Nine Rivers), Michel van der Aa (Sunken Garden) en Luca Francesconi (Quartett).

Strikt genomen levert de discussie geen nieuwe gezichtpunten op. Sellars houdt een geëxalteerde lofzang op de samenwerking tussen uiteenlopende kunstenaars, Dillon krimpt geërgerd ineen bij zoveel utopisch optimisme (‘Soms is een echtscheiding het enige antwoord’), Francesconi betoogt dat ‘opera’ het meervoud is van ‘opus’ en dat het samengaan van meerdere disciplines zo oud is als het genre zelf, Van der Aa houdt een pleidooi voor het hier en nu: om welke muzikale en theatrale uitdrukkingsvormen vraagt het stuk dat ik nú wil maken?

Twee dagen eerder, bij de Nederlandse première van Sunken Garden in de Amsterdamse Stadsschouwburg, viel juist op dat Van der Aa al jarenlang consequent dezelfde thematiek aan de orde stelt. De rode draad in zijn muziektheatrale werk is zijn worsteling met de vergankelijkheid: als het straks afgelopen is, was het dan wel goed genoeg? In One (2002) probeert een oudere vrouw iets zeer verontrustends te bezweren door het verzamelen en ordenen van gebroken takken. In After Life (2006) maken de personages in de wachtkamer van het hiernamaals de balans op van hun leven. In Book of Disquiet (2008) blijft, na de dood van de Portugese schrijver Fernando Pessoa, een van zijn heteroniemen achter met een letterlijk overweldigende hoeveelheid geschreven pagina’s. In het science-fictionachtige Sunken Garden (2012) is de last ondraaglijk geworden en zoeken de protagonisten verlichting in een soort Hof van Eden, waar alle schuld wordt uitgewist. Zij worden daarbij geholpen door een moderne heks die een medisch experiment op hen uitvoert: ze worden gegraveerd in de lucht. Is het toeval dat deze machtswellustelinge in het vorige bedrijf nog kunstsubsidies uitdeelde?

In artistiek opzicht onderneemt Van der Aa een ambitieuze poging om het 20ste eeuwse fenomeen film een plaats te geven in de traditionele opera (tekst, theater, muziek). In Sunken Garden doet ook de 21ste eeuw mee, want een regelmatige bioscoopbezoeker (Avatar, The Hobbit) kijkt vast niet op van een Hof van Eden in 3D. Gezegd moet worden dat deze integratie Van der Aa steeds beter afgaat: in Sunken Garden komt de muziek beter tot zijn recht en sluiten toneel en film beter op elkaar aan dan bijvoorbeeld in After Life.
En toch heeft Peter Sellars gelijk dat samenwerking ook veel extra’s kan geven (Van der Aa houdt liefst alles in eigen hand), James Dillon dat sommige huwelijken beter ontbonden kunnen worden (librettist David Mitchell valt tegen) en Luca Francesconi dat de balans tussen de uiteenlopende disciplines precair is: dit zo kunstig gelaagde muziektheaterstuk wordt af en toe akelig plat als de personages op film veel te omstandig hun geschiedenis vertellen. Weg dubbelzinnigheid! Weg magie!

Desondanks heeft Van der Aa mooie materie te pakken, die het muziektheater een flink stuk de 21ste eeuw in helpt.

Jacqueline Oskamp

Sunken Garden, 4 juni Stadsschouwburg te Amsterdam
Is muziektheater de kunstvorm van de 21ste eeuw?, 5 juni Muziekgebouw aan ’t IJ te Amsterdam

Tags:

Reageer