For Bunita Marcus

Even tevoren wist ik het nog zo aardig te brengen. In een inleiding voorafgaand aan het concert vertelde ik het publiek dat de muziek van Morton Feldman de luisteraar in een andere staat van bewustzijn brengt. Dat je als het ware even buiten de tijd komt te staan en dat je in de loop van deze soms uren durende composities, een andere, veel grotere wereld betreedt die achter het conventionele luisteren ligt.

Maar als Reinbert de Leeuw even later bedachtzaam de eerste, spaarzame noten van het tachtig minuten omvattende pianowerk For Bunita Marcus tot leven brengt, blijkt de werkelijkheid bepaald niet zo makkelijk om te buigen naar een esoterische ervaring. Het handjevol klanken dat De Leeuw op de grens van het hoorbare aan de vleugel ontlokt, is slecht opgewassen tegen het lawaai dat vijfhonderd man publiek produceert. Zelfs als het zijn uiterste best doet om stil te zijn.

Het ijle klankbeeld, dat Feldman in 1985 opdroeg aan de compositiestudente Bunita Marcus met wie hij het bed deelde, wordt genadeloos aan flarden gescheurd door een rauwe rochel enkele rijen achter mij. De hoester krijgt antwoord van collega’s verspreid over de zaal. Soms een benauwd gekuch, soms een daverende salvo. Maar ook subtielere geluidjes dreigen het stuk zo niet te overstemmen dan wel te verstoren. Even verzitten doet de stoel amechtig kraken, links en rechts vullen rommelende darmen de partituur aan, en met regelmaat valt er een voorwerp op de grond – als een baksteen die naar beneden dendert. Ik durf nauwelijks nog te slikken.

Hoe is het mogelijk dat muziek die in potentie een bevrijdende werking heeft, die de luisteraar kan optillen uit het hier en nu en in een staat van puur ‘zijn’ kan brengen, net zo makkelijk omslaat in iets benauwends? Hoe is het mogelijk dat je het ene moment volkomen opgaat in de muziek, dat tijd en ruimte wegvallen en je gewichtloos lijkt te dobberen op de verstilde klanken en het volgend moment alle aandacht opgeëist wordt door een zuchtende buurvrouw, het geritsel van een programmaboekje en een onderdrukte nies? En wat zou er door Reinbert de Leeuw heen gaan, die – als een zenmonnik op zijn kussen – roerloos op de pianokruk zit. Voor hem lijkt alleen de muziek te bestaan. Maar is dat ook zo?

Luisteren naar de muziek van Morton Feldman is, meer dan naar welke andere muziek dan ook, een uiterst subjectieve aangelegenheid. In de eerste plaats is het een confrontatie met je bewustzijn, dat volkomen zijn eigen gang lijkt te gaan. Nu geeft het zich met liefde over aan de muziek, even later zit het te piekeren over de verstopte gootsteen – waar is de controle?
Morton Feldman zat er niet zo mee. Volgens de overlevering viel hij regelmatig in slaap bij zijn eigen concerten, of hoestte hij luidruchtig door de muziek heen. Een moreel oordeel over het gedrag van het publiek is hier dan ook niet aan de orde. Na afloop praat ik na met een groepje vrienden. Zij geven de zaal een compliment: het was behoorlijk stil.

Wat zouden zij hebben beleefd?

Jacqueline Oskamp

foto (c) Steven Sloman New York 1987

For Bunita Marcus, 6 juni Muziekgebouw aan ‘t IJ

Tags:

Reageer