Maximale bak herrie van Ben Frost

Wie altijd dacht dat minimal music zoet en lieflijk is, komt bedrogen uit bij producer Ben Frost. Dankzij een maximaal volume, loeiharde bassen en vlijmscherpe percussie jaagt hij menig concertganger met verve de zaal uit.

Ben Frost, foto: Maarten van HeuvenBen Frost komt oorspronkelijk uit Australië en woont nu op IJsland. Hij schrijft muziek voor theater, film en games, hij remixt voor andere artiesten, onder wie Björk, en maakt eigen muziek. Later dit jaar brengt hij een nieuw album uit en een voorproef daarvan schotelt hij voor tijdens dit WMMF. Concertgangers hebben net geluisterd naar drie bekendere strijkkwartetten van Steve Reich en zitten genoeglijk klaar voor een verrassing.

En een verrassing wordt het zeker, voor sommige concertbezoekers zelfs een onaangename. Op het podium zien we Ben Frost achter laptop en elektronica en Shahzad Ismaily en Gregory Fox op percussie. De mannen dragen donkere kleren, tegen de achterwand hangt een zwart doek en het podium baadt in hel wit licht. De muziek komt op gang als een elektronische drone, die steevast in volume toeneemt met steeds meer dubstep-achtige beats en bassen. Dan vallen de drummers in. Hard is het. Overweldigend hard. Na enkele minuten al verlaten de eerste bezoekers de zaal.

De muziek blijft zich ondertussen ontwikkelen. We horen Berlijnse techno, Engelse dubstep, Afrikaanse percussie en snoeiharde metalriffs. En dit alles gaat minutenlang door. De muzikanten  spelen zonder bladmuziek, maar voor improvisatie is geen ruimte. Alles is afgesproken werk met als doel: het publiek murw beuken. En de mannen slagen met vlag en wimpel. De energie is daverend, de muziek werkt vervreemdend en het volume is een aanslag op je trommelvliezen. Steeds meer bezoekers taaien voortijdig af en wie overblijft, drukt met zijn vingers zijn oren dicht. Frost en zijn drummers laten zich niet ontmoedigen door dit alles en beuken er gewoon nog harder op los.

En in dit ogenschijnlijk onverschillige zit misschien het minpunt van het optreden. Het eerste deel duurt zo’n drie kwartier en na een enthousiast applaus van de overgeblevenen, toch nog meer dan de helft bij het begin, begint de hele boel weer opnieuw. Aan de sound zijn we inmiddels wel gewend, we horen weinig nieuws meer en het wordt gewopon een beetje saai. Ben Frost had een meer puntig en ingekort sessie moeten voorschotelen, dan was deze harde drone succesvol geland.

En nu ik dit typ, doen mijn oren spontaan weer pijn.

Tags: ,

Reageer