Korean Music Project: verstild en ongrijpbaar

De tijd lijkt stil te staan als het Korean Music Project eeuwenoude hofmuziek laat horen op traditionele Koreaanse instrumenten.

Toch gaat de tijd door. Het lijkt wel of er sprake is van een andere tijdsindeling. De oorsprong van de tradionele Koreaanse muziek is terug te voeren tot het sjamanisme. Zoals in veel Aziatische culturen wordt er gedacht in cycli, maar omdat de drumslagen zo ver uit elkaar liggen is zelfs een cyclus lastig te onderscheiden. De janggu, een prachtige houten dubbelvellige zandlopertrommel, wordt spaarzaam maar resoluut aangetikt met de vlakke linkerhand of met een lange dunne stok in de rechterhand, af en toe nastuiterend. De schorre piri (bamboe hobo), de zachte daegeum (bamboe dwarsfluit) en de nasale haegeum (2-snarige vedel) spelen min of meer unisono, met expressieve uitschieters van de dwarsfluit. De gayageum (12-snarige citer) anticipeert op het verloop van de pentatonische frasen en lijkt soms op een walking bass, maar dan zonder bas en met iets meer abstractie. De snaren worden af en toe diep ingedrukt voor een vibrato effect, zoals de zangstem in de pansori.

Het Korean Music Project – eigenlijk zou The Court Music Troupe of the National Gugak Centre optreden, zoals oorspronkelijk stond aangekondigd – is als een collectief in 2006 opgericht om het traditionele en eigentijdse repertoire uit te breiden. De vijf jonge musici zien er door hun prachtige traditionele kledij uit als geglazuurde taartjes. Het geheel heeft een immens serene aanblik. Er is geen onderlinge communicatie en ze spelen niet van bladmuziek. Toch weten ze precies wanneer er een overgang is naar een langzamere of snellere passage. Ze spelen als één organisme. De twee stukken Sangyunsan van Yeansan Hoesang en Byeolgok duren ieder een kwartier. De statische, verstilde en soms ongrijpbare muziek die voor de ongeoefende oor tegen het saaie aanligt, is door het publiek met zeer veel enthousiasme ontvangen.

Tags: ,

Reageer