Andriessens ‘De Tijd’: machtige ervaring maar de precisie ontbreekt

Tijdsbeleving is een van de cruciale onderdelen van Minimal Music. Schijnbaar eindeloze herhalingen, geleidelijk verschuivende patronen – de tijd lijkt stil te staan of opgerekt te worden tot tijdloosheid. Gisteravond werd tijdens het tweede World Minimal Music Festival in het Muziekgebouw aan ‘t IJ ‘De Tijd’ van Louis Andriessen gespeeld. ‘De Tijd’ is een belangrijk werk voor koor en ensemble uit 1981. Reinbert de Leeuw stond voor de zangeressen van Cappella Amsterdam en voor een samengesteld ensemble van ASKO | Schönberg, Slagwerk Den Haag en studenten van het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium

Een mystieke ervaring was voor Louis Andriessen ooit aanleiding om zijn werk ‘De Tijd’  te schrijven. Hij had ‘… het gevoel van een eeuwigdurend ogenblik. Het was meer dan een volmaakte kalmte, het was een euforie die zo sterk was dat ik later besloot daar een stuk over te maken’. ‘De Tijd’ begint met een enorme luide dissonante klap die langzaam wegsterft. Daarna ontstaan er angstaanjagende klankvelden die telkens weer worden verstoord door harde klappen. Dit lijkt een beetje saai, maar met de indrukwekkende instrumentatie (waaronder een vrouwenkoor, 8 fluiten, 4 klarinetten, 6 trompetten, strijkers, 2 basgitaren, piano’s en een indrukwekkend arsenaal aan slagwerk) componeerde Andriessen zeer mooie en interessante klanken. In eerste instantie lijkt er ook niets te veranderen in het ritme van de ‘klappen’. Maar heel traag, en nauwelijks merkbaar, versnelt de muziek. We worden ondergedompeld in een wereld van tijd waaraan door een onzichtbare macht wordt getrokken. Andriessen laat het dameskoor een een tekst zingen van Augustinus, de vijfde-eeuwse kerkvader. Augustinus schrijft over het fenomeen tijd, in deze tekst probeert hij de eeuwigheid, die stilstaat, te verenigen met de eindigheid, die altijd beweegt. ‘De Tijd’ van Andriessen is een dwingend muziekstuk dat je vanaf de beginklap vastgrijpt.

De uitvoering van ‘De Tijd’ gisteravond was in het geheel zeker een indrukwekkende gebeurtenis. Maar de mystieke ervaring van tijd en ritme werd net iets te vaak verstoord door alledaagse problemen in het ensemble. De felle harde akkoorden vallen of staan bij een ijzige precisie, en juist deze precisie was te vaak afwezig. Het ensemble leek te weinig op elkaar ingespeeld, de akkoorden waren te vaak niet gelijk en de balans in de klankvelden was vaak fragiel. Het is ook de vraag of je een werk als ‘De Tijd’ moet spelen met studenten: zij missen nog de ervaring om de concentratie en precisie op te brengen die een 40 minuten durend 2oe eeuws werk vereist.

Dit stuk, een van de hoogtepunten van de 20e eeuwse muziek, verdient het om deze alledaagse problemen achter zich te laten. ‘De Tijd’ is gelukkig van zo’n niveau dat het ook zonder deze precisie een machtige ervaring bleef.

Luister hier, in het Concerthuis van Radio 4, terug naar het concert >>>

Tags:

Reageer