Muziek van nu door de makers van nu

Samenhang en overzichtelijkheid, dat heet prettig voor het publiek. Niettemin bood het programma van November Music 2012 een baaierd aan keuzemogelijkheden, noem het gerust een wirwar aan muzieksoorten, stijlen en genres. Goed, voor de afsluitende Kunstmuziekroute op zondag, met voorstellingen op meer dan tien lokaties overal in de stad, had het festival vijf overzichtelijke, thematisch gerangschikte volgordes bedacht – maar daar hoefde je je als bezoeker in het geheel niets van aan te trekken. En wat bleek tijdens vijf dagen grondig sprokkelen uit het blijmakend uiteenlopende aanbod? Met een beetje fantasie en een gewillig oor hing alles met alles samen.

Laat ik beginnen bij Misha Mengelberg die geen rotjes meer afsteekt onder de piano. Deze pianist, ooit het genie van de Nederlandse impro-muziek, speelde een duet met de Amerikaanse pianoheld Vijay Iyer; een optreden met Mengelberg stond al jaren bovenaan zijn verlanglijstje. Het cadeautje kwam waarschijnlijk net op tijd, want was dit een historisch moment? Veel meer kan de nu breekbare stoïcijn Mengelberg toch denkelijk niet aan. Na twee nummers geconcentreerd elkaar aftasten namen de pianisten afscheid met een tedere omhelzing. Iyer toonde danig ontroerd en Mengelberg ontwapenend gelukkig.

Vervolgens pakte de Amerikaan uit met zijn eigen trio, met complexe ritmes en meer dan een onopvallende knipoog naar de karakteristieke zich herhalende patronen van minimal music (die daarom vaak en veel beter repetitieve muziek wordt genoemd; daaraan besteedde November Music de hele donderdag). Echt minimalistisch mochten een geluidsinstallatie van Horst Rickels en de verstilde muziek van Wim Henderickx heten. Door Rickels’ in het Kruithuis opgestelde woud van orgelpijpen woei één enkel daverend akkoord, de bassen in het midden van de zaal, de alten en sopranen in de nissen langs de wand. Je moest er van nis naar nis gaan, dan gaf het akkoord zijn samenstelllende tonen prijs.

Wandelen door de ruimte was ook het devies bij Cross Avenue van Jeroen Strijbos & Rob van Rijswijk. De musici van strijkkwartet ETHEL zaten ver uit elkaar, elk in het midden van een zaalwand. Ze speelden vooral lange, lange tonen, trage glijers van het ene akkoord naar het andere, door Strijbos en Van Rijswijk elektronisch aangedikt middels acht rondom opgestelde luidsprekers. Ontspannen zwommen wij rond in een behaaglijk lauwwarm klankenbad. Weliswaar lang niet zo minimaal als het orgelakkoord van Rickels, maar onvergelijkelijk simpel vergeleken bij de new complexity van Richard Barrett, ook voor bewegend publiek.

In de Hervormde Kerk waagde cellist Arne Deforce zich aan haast onspeelbaar complexe muziek. Life-form heette het stuk van Barrett, omdat een daartoe geprogrammeerde computer direct reageerde op Deforce’s verrichtingen op de cello. Deze kunstmatige levensvorm verkeerde kennelijk nog in een pril stadium van zijn ontwikkeling, want uit de rondom opgestelde luidsprekers liet hij wild geknisper, gegorgel en gekrakeel los, brekende serviezen en krankzinnig geworden vogels in een zwerm. Het maakte vooral nieuwsgierig naar de aldus bruut overstemde cellopartij, die vooral op zichzelf intrigerend leek. Zoiets biedt ook geïrriteerde luisteraars veel stof tot nadenken.

Wel stilzitten maar eveneens met de muziek rondom kon in de hal van de Muzerije, waar zes klavecimbels uit de verzameling van de onlangs overleden klaveciniste Annelie de Man stonden opgesteld voor de uitvoering van Barococco van Kristoffer Zegers.

Maar nog even terug naar het minimalisme van de Belgische, oosters geïnspireerde Henderickx. Disappearing in Light voor mezzosopraan, altfluit, altviool en percussie: stilte, een zucht, flatterzunge, rust, gestreelde donderplaat. Associaties: Ryoanji van John Cage, hofmuziek uit Japan. (Ook zo’n verborgen thema, het Oosten: hier Japan, elders India, Indonesië en Tibet.) En daarna het krachtig ingezette, maar al snel even verstilde Atlantic Wall, met videoprojectie van de zee gezien vanuit een bunker. Ha, weer een thema: de projectie.

Fred Momotenko gebruikte in de openingsvoorstelling een half doorzichtig wit decor om er animaties en een danseres op te projecteren. Michel van der Aa verenigt in zich de perfectie van de componist met die van de filmer, te bewonderen op de slotavond in zijn Up-Close voor solo-cello en strijkers. Dyane Donck bedacht een graphic novel, een projectie van striptekeningen en bewegende beelden, en schreef er muziek voor Javaanse gamelan bij. Multimedia en electronica, gradaties van complexiteit, muziek rondom, verlicht exotisme en, oh ja, de cello.

Life no. 1: The man who designed societies while walking his dog van Diego Soifer, een vrolijke
potpourri van cliché’s, bleek eigenlijk een hups celloconcert. Het contrast (mag contrasten ook een thema zijn?) met het meteen daarop volgende Pianoconcert van festivalcomponist Robin de Raaff kon niet groter zijn. Hier klonk diep doorwrochte atonale muziek, minutieus georkestreerd en daardoor wonderschoon van klank.

Mooie muziek, daar was ook veel van, in alle gradaties, van lekker wegdromerig bij Strijbos & Van Rijswijk of de ECM-jazzmusici, via veel geduld vragend bij Henderickx tot hersenkrakend bij Rzewski, Keuris en De Raaff. Trouwens, ook los van al die invalshoeken (ik weet er nog wel minstens elf) was de 2012-aflevering van November Music weer een feest van nu voor de luisteraars van nu.

Peter van Amstel

Tags:

Reageer