Gaudeamus Muziekweek: extremen en alles daartussenin

Door Peter van Amstel. Deze blogbijdrage wordt zowel op de site van de Concertzender als hier gepubliceerd.

Met zijn weerbarstige, twintig minuten durende compositie Alaska voor stemmen, strijkers en luidsprekers verdiende Konstantin Heuer de Gaudeamus Prijs 2012. De Oekraïner Maxim Shalygin kreeg een eervolle vermelding voor zijn compositie voor soloviool , en de Amerikaan Edward Hamel voor zijn ensemblestuk Countenance. Heuer met zijn 23 jaren de jongste van de drie, komt uit Leipzig en noemt zichzelf erg serieus; wie naar zijn muziek luistert zal het beamen. En terwijl veel componerende leeftijdgenoten zich verliezen in modieus, soms eindeloos voortkabbelend klankenonderzoek, stuurde Heuer samenhangende noten in, een dramatisch expressionistisch stuk met een kop en een staart, dat aarzeling en bewondering om de voorrang laat strijden. De bewondering wint, neem alleen al die kortstondige, engelachtige hoogte van de sopraan ergens tegen het eind, dat is pieken op het juiste moment.

Veel publiek
Expressionisme, klankonderzoek en, niet te missen, de daverende maximal music van de combinatie Knalpot & Klang: deze Muziekweek was een indrukwekkend exposé van uitersten, maar ook van de eindeloze gradaties daartussenin. Soms onderschatte zelfs het toch optimistisch opererende Gaudeamus de belangstelling daarvoor, dan kwam er meer publiek dan er programmatoelichtingen voorhanden waren. In het gezelschap van de Japanse componist met hoedje Hikari Kiyama, die door zijn opvallende verschijning bedoeld of onbedoeld de aanwezigheid van de vele jonge componisten symboliseerde, luisterde een veeltallig publiek naar 142 stukken van componisten, onder wie dertien prijskandidaten, uit veertien landen. Comfortabel achterover leunend in een zitzak, recht overeind gezeten op een straf stoeltjes in de kerk, of staand in de poptempel Tivoli. Meestal in de oude Utrechtse binnenstad stad, maar ook op het plein onder de Zingende Toren in Leidsche Rijn, en in de fabriekshal van de voormalige Zijdefabriek aan de rand van het centrum. De hele stad gonsde mee.

Elektriciteit
Als er één onmisbaar element was dat zo’n beetje alle concerten met elkaar verbond, dan was dat wel het stopcontact. Er waren uitzonderingen, stukken zonder elektrische stroom van Andriessen, Padding en de ontroerend prachtige ode van Roderik de Man aan zijn overleden vrouw, klaveciniste Annelie de Man. En de vioolsolo van de gelauwerde Shalygin. Marko Nikodijevic, de prijswinnaar van 2010, vertaalde de klanken die hij kent van elektronische muziek en digitale technieken naar akoestische instrumenten. Maar velen van de jonge generatie maken op de een of andere manier muzikaal gebruik van computer, effectapparaat of contactmicrofoon.

Neem alleen al de zaterdag en de zondag, de slotdagen van het festival. Ensemble Modelo 62: sound diffusion. Aliona Yurtsevich: Pianodress, een jurk volgepakt met sensoren en elektronica. De Zingende Toren: met aanvullende stem voor elektronica. En in de vrijwel geheel gevulde concertzaal (inclusief balkon) van het Utrechts Conservatorium stonden voor het podium vijf computers opgesteld. Op het podium een Javaanse gamelan, bespeeld door Ensemble Gending in nieuwe werken voor traditioneel Javaans orkest en, vanzelfsprekend, elektronica. Wat bleek? Je hoorde er bijna niets van. Die terughoudendheid was de hele week al opvallend, uit alle uitzinnige mogelijkheden die computers en effectapparatuur de componisten bieden, kiezen zij zorgvuldig alleen wat ze daarvan nodig hebben. Soms bijna onmerkbaar, soms schaamteloos prominent, maar heel vaak uiterst doeltreffend. De computer is, zo kwam deze week nadrukkelijk uit de verf, geëvalueerd van uitpuilende trukendoos tot volwaardig muziekinstrument.

Subsidie
De terecht bejubelde festivaldirecteur Henk Heuvelmans en zijn minder zichtbare maar even aanwezige secondant Martijn Buser, stelden voor de tweede keer in Utrecht een festival samen van internationale allure. GroenLinks-cultuurwethouder Frits Lintmeijer toonde zich er zondagmiddag, na het zinvol muzikaal geweld van Knalpot & Klang, verguld mee. Het Canadese jurylid Christopher Butterfield sprak namens alle buitenlanden over het niet te onderschatten internationale belang van Gaudeamus en van dit concours als natuurlijk onderdeel van een volwassen festival. De Gemeente waardeert en subsidieert, het Buitenland stuurt geld, maar tussen die extremen in bevindt zich het Rijk dat de subsidieverstrekking delegeert naar het Fonds Podiumkunsten. En dat doet niet meer mee. In Den Haag zullen de beslissers zich nu, zo mogen we toch aannemen, nog eens ernstig achter de oren krabben.

Peter van Amstel

Tags:

Reageer