Voorbij Darmstadt

Door Floris Solleveld (zie ook zijn blog Ottokar’s Eenpersoonskoninkrijk)

Ensemble Klang, 11 September

VocaalLAB / New Seattle Chamber Players, 10 September

Barbara Lüneburg, 8 September

De muziekweek begon met een nieuwe bewerking van Michiel Mensingh’s Style Wars IV (Postmodernism strikes back), en loopt nu tegen z’n einde met de première van Style Wars V – Minimal Madness. In deze episode botst minimal music met twaalftoonsmuziek, met als resultaat dat de voortdurende riedel ontregeld raakt maar dat het nergens echt een Kammersymphonie wordt. Ondanks de verstorende ritmes en erdoorheen fietsende dissonanten blijft het een coherent stuk met een herkenbare puls. Muzikaal is dat een resultaat waarvan je zou willen dat Philip Glass er een voorbeeld aan zou nemen, maar moreel is het toch wat minder bevredigend: in de confrontatie tussen “Glass en Schönberg” laat Mensingh de overwinning wel heel eenvoudig aan Glass. (Bovendien: had Glass niet zelf al zo’n “Style War” verwerkt in deel XII van Music in Twelve Parts?)

Ondanks alle onderlinge verschillen zijn er bij Gaudeamus eigenlijk niet zulke Style Wars. Je kunt een onderscheid maken tussen serieuze en speelse componisten, tussen theatrale en puur muzikale gezindten, maar er lopen geen kleine Adornootjes meer rond, voor wie consonantie een knieval is voor de cultuurindustrie; en minimalisme is een stijlfiguur geworden waar je je van kunt bedienen of niet. Zoals Henk Heuvelmans bij de prijsuitreiking vorig jaar zei: “There were no factions between the composers; no scores were burned”.

Bij die harmonie kun je vraagtekens plaatsen. Een niet nader te noemen componist (sommige collega’s zullen een vermoeden hebben) maande me met enige stemverheffing: “Als je geïnteresseerd bent in interdisciplinariteit en nieuwe artistieke presentatievormen, wat doe je dan bij Gaudeamus? Die denken allemaal nog in de Middeleuropese traditie van Boulez en Stockhausen. En ze maken muziek voor énsembles. Dat interesseert toch niemand. De groepen met een nieuw geluid dat beter bij jouw generatie past denken niet meer als ensembles maar als bands. Er is een nieuwe generatie componisten die samenwerkt met theatermakers, met beeldend kunstenaars, met ontwerpers en techneuten. En die zie je niet op Gaudeamus, maar bij Artscience en Today’s Art. Je moet maar eens in Den Haag gaan kijken.”

Laten we zeggen dat die vermaning iets te gechargeerd geformuleerd was. Er zitten in de programmering drie van zulke groepen die als band denken (Hexnut, Klang en het Rosa Ensemble), er staan installaties die je deels ook als beeldende kunst kunt classificeren, en een hoogtechnologisch wave field synthesis systeem, en Wrench, de Night of the Unexpected en het spectaculaire concert van Barbara Lüneburg op woensdagavond vormen een overtuigend discipline-overstijgend tegenargument.

Het verwijt heeft een bite: Gaudeamus is wel degelijk heel erg een festival voor componisten. De vraag “are you also a composer?” is een redelijk gebruikelijke manier om kennis te maken. En wie als niet-componist de programmatoelichtingen doorneemt, bespeurt iets wat je als notenfetisjisme zou kunnen aanduiden: een al te grote fixatie op nóg verfijndere geluiden en technische details. Zo bezien loopt de scheidslijn niet zozeer tussen scholen van componeren als tussen componisten die het nog primair om de muziek gaat, en componisten die met muziek zoveel mogelijk interessante dingen willen doen. Maar er lijkt geen sprake van een breuklijn, eerder van een continuüm. Voor zover ik weet, hebben nog geen angry young dogs zichzelf uitgeroepen tot “postcomponisten”.

[En bij “mijn generatie” moet ik denken aan Roger Daltrey van The Who, die 36 jaar na dato op de Ground Zero concerten My Generation stond te zingen.]

Yannis Kyriakides, die in 2000 de Gaudeamusprijs won met ConSPIracy Cantata en die dit jaar met twee stukken geprogrammeerd staat, is beslist een representant van een generatie componisten die Darmstadt voorbij is. Met Bayesian Potion voor viool en electronica herhaalt hij op woensdagavond in de huiskamer van het Van Schijndelhuis wat hij eerder voor ensemble deed met Mnemonist S. Een video waarin teksten (in dit geval ontleend uit spamberichten) zo snel opeenvolgen en overlappen dat je het niet meer allemaal kunt lezen, wordt vergestuwd door een al even jagende viool, omringd door piepjes en knarsen, wolken van ruis en percussie-achtige klanken uit de speakers. Het is een transformatie van taal in visueel materiaal in bewegend beeld die doet denken aan Young-Hae Chang Heavy Industries, maar dan met de muziek niet als achtergrondmuziek maar als deel van de dynamiek, met Barbara Lüneburg als middelpunt. Hier, meer nog dan bij Hexnut, is sprake van iets dat verder gaat dan ‘muziek met video’: iets dat semantisch geladen beeld als muzikaal materiaal behandelt, en met een enkel instrument en een projector een kaleidoscopische en desoriënterende beleving schept. Met de grootste faketekst denkbaar, de gouden bergen die de spam dagelijks belooft,  maakt Kyriakides een hedendaagse soort van totaalpoëzie die saillant goed aansluit bij Adorno’s definitie van kunst: das Versprechen des Glücks, das gebrochen wird.

Geen visueel spektakel in Satellites, dat zaterdagavond na Style Wars V werd uitgevoerd door Tomoko Mukaiyama en de Seattle Chamber Players – behalve dat het buiten dondert en bliksemt alsof er een lichtshow gaande is, terwijl de grond soms schudt van de subwoofers. Satellites ontstond als de spin-off van een ander project, waarin luchtfoto’s uit google maps als grafische partituren vertaald worden – iets wat tot Yannis’ eigen verbazing tot interessante klanklandschappen leidde. Op dit materiaal heeft hij zijn bijna een uur durende, uit twaalf delen opgebouwde kwintet gebaseerd, waarin alle instrumenten in afwisselende soli en tutti aan bod komen, en ook de electronica een “solo” krijgt. Ondanks die ontstaansgeschiedenis is het een werk met een zeer ordelijke structuur; wat eigenlijk niet vreemd is als je de instrumenten bij de tape zoekt. Vergelijk dit met de stukken van het Nieuw Ensemble vrijdag, en je hoort het verschil tussen jonge makers met interessante muzikale ideeën en iemand die meester is over zijn materiaal – dusdanig dat het een uitvoering van bijna een uur kan dragen.

Van het concert van VocaalLAB, een uur daarvoor in de Nicolaïkerk, is vooral het laatste stuk memorabel. Shadow van Raphaël Cendo is een koor van met elkaar vechtende spreekstemmen, in al hun weerbarstigheid, gegrom en rafeligheid versterkt en uitgebeend door de electronica.

Een ronduit naïeve poging tot politiek geëngageerd werk is Hawar’s Tale van Roderik de Man, dat gebaseerd is op het relaas van een Koerdische vluchteling die vanwege liefde en eerwraak moest vluchten en nu in het Limbo van de IND zit. Dat is heel erg. Maar het helpt niet om dat larmoyante verhaal in het Koerdisch en Engels te laten zingen en ondertussen op de achtergrond te projecteren. Schrijf dan een artikel over de arme stakker, of maak muziek voor bij een documentaire. Of maak een stuk waarin de afgronden van de asielzoekersprocedure galmen in al hun desolaatheid. Of doe eens gek en zet de man zelf op het podium.

Ted Hearne won in 2009 de Gaudeamusprijs met Katrina Ballads, waarbij hij de shit van New Orleans recht de zaal in slingerde. In Cutest Little Arbitrage, vanmiddag door Ensemble Klang, kiest hij een minder directe aanpak: de hypcrisie van de kredietcrisis wordt pijnlijk verbeeld door drie muzikanten die staan te klappen. En daarna met saxofoons en trombone hun woede uitschreeuwen, als op de maat van de beurskoersen. Het einde is een Einstein on the Beach-achtig synthesizerloopje, waarin fragmenten van een menselijke stem tot een betekenisloze … geworden zijn. Die menselijke stem, blijkt op het einde, is Oprah Winfrey: “The money, for me, it’s certainly a wonderful thing.”

Nog meer Philip Glass: aan het begin van 101, het eerste stuk dat ooit voor Klang geschreven werd, denk je aan A modern love waltz. Maar bij Kate Moore wordt dat wel wat heftiger liefde, als de saxofoons en de electrische gitaar op stoom raken. En toch blijf je daardoorheen de belletjes horen.

Tags:

Reageer