Muziek als beeldende kunst

Door Floris Solleveld (zie ook zijn blog Ottokar’s Eenpersoonskoninkrijk)

Hexnut, Wrench

Vredenburg Leeuwenbergh, Utrecht, 7 september

Edward Burtynsky maakt foto’s van hoe de mens ingrijpt in het landschap. Die foto’s zijn soms duizelingwekkend in de manier waarop het panorama de menselijke maat overstijgt, als Caspar David Friedrich-achtige sublieme landschappen; maar wat je ziet zijn wel olievelden, steengroeven, rode rivieren van de nikkelproductie, scheepskerkhoven, en gigantische fabriekshallen. In Wrench, het project dat het Hexnut Ensemble doet met projecties op basis van die foto’s, wordt dat duizelingwekkende effect nog versterkt: de foto’s van steengroeves worden geroteerd en in- en uitgezoomd tot je niet meer weet waar je bent, olieraffinaderijen vloeien in elkaar over in een woud van pijpen, de immens gedetailleerde foto van een fabriekshal zoomt geleidelijk uit alsof de camera achterwaarts door de hal zweeft, landschappen van megaboerderijen worden overtekend tot abstracte beelden.

Wrench is een hedendaagse Koyaanisqatsi, maar dan met goede muziek. Meest indrukwekkend is wel het installatie-instrument dat wordt bespeeld bij PVC (Petrochemical Vibration Construction) van Mayke Nas: een vijfpersoons blaasinstrument opgebouwd uit pvc-buizen, alsof je de olieraffinaderij als een instrument bespeelt. De klank is droevig (in het Engles zou je spreken van wailing) en Wrench als geheel is een aaneenschakeling van verschillende soorten klaagzang. Ook als de muziek wervelend is, zoals in Seung-Ah Oh’s tocht door de steengroeven, vol visuele gimmicks als rotsen die oplichten bij de aanslag van de piano, patronen van een landschap die als een hekwerk over een andere foto getrokken worden, en een boslandschap dat ‘ondersneeuwt’ tot een rotsformatie. Ook als uitsneden uit de foto’s voorbij flitsen bij abrupte noten in Ned McGowan’s Destroy Recycle Reconstruct, dat met spreekstem het hele traject van ontginning, productie, consumptie, weggooien, vernietiging en recycling en herstel doorloopt.

Een vreemde noot is David Dramm’s Barrier. Het libretto geeft weinig aanleiding geeft tot vrolijkheid (hij ontleende de tekst aan het blog van een depressieve zestienjarige, die op basis van dat blog werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan de moord op haar moeder), maar eclectisch als altijd maakt hij er een energieke song/cantata met jachtige postminimalist pianoritmes en jazzy swing van. Dat past wel bij Hexnut, dat zichzelf geen ensemble maar een “band” noemt, en dat is voortgekomen uit het Karnatic Lab van Ned McGowan, waar wordt geëxperimenteerd met crossovers, niet-westerse ritmes en toonladders, electronica en exotische instrumenten.

Wat Wrench zo geslaagd maakt als beeld/muziek-interactie, is hoe beelden die op zich al sterk zijn worden bewerkt om iets aan de muziek toe te voegen, en op de muziek te reageren. (Het was een van de weinige keren dat een Gaudeamus-concert was uitverkocht, hoewel dat wellicht meer met de naam Burtynsky dan met Hexnut te maken heeft.) Zulke pogingen gaan vaker fout dan goed. Interdisciplinariteit is min of meer obligaat geworden, maar vaak is dat een eufemisme voor een videootje op de achtergrond, live filmmuziek of interacties die het beeld of geluid vooral verstoren. Bij Wrench, daarentegen, ben je getuige van iets dat behalve een concert met projecties ook een nieuw artistiek document is, of desnoods een evenement, noem het zoals je wilt, dat je doordringt van de schoonheid van iets dat verschrikkelijk is. Das Schöne is nichts als des Schrecklichen Anfang!

En voor zover daarmee een benadering wordt gevolgd die ondertussen in de beeldende kunst gangbaar is, waarbij het medium niet meer centraal staat maar bij het kunstwerk gekozen wordt, bedrijft Hexnut met Wrench beeldende kunst.

Meer over Edward Burtynsky is >hier te vinden.

Tags:

Reageer