Doe het anders!

Door Floris Solleveld (zie ook zijn blog Ottokar’s Eenpersoonskoninkrijk)

Ensemble MAE, Doelen Kwartet, Amsterdam Collage Ensemble en solisten (avond)

Orkest de Ereprijs: Resultaten van de Young Composers Meeting 2011 (middag)

Zonder twijfel het meest onbekende ensemble op de Muziekweek is het Amsterdam Collage Ensemble. Het is namelijk opgericht om The scheme of the sea organ uit te voeren, het stuk waarmee Yu Oda op de juryselectie staat. Nu komt het wel vaker voor dat er voor nieuwe stukken en projecten gelegenheidsensembles gevormd worden, en nieuwe ensembles in het algemeen hebben meestal een onconventionele samenstelling. Denk bijvoorbeeld aan de vier kwartetten die samen Bl!ndman uitmaken, het exotische instrumentarium van het Ziggurat Ensemble, of het oprukken van de electrische gitaar. Maar de “collage” van drie contrabasblokfluiten, twee percussionisten en een basklarinet is toch wel out of the extraordinary.

The scheme of the sea organ is geïnspireerd op het “zeeorgel” dat sinds 2005  in de Kroatische kustplaats Zadar in een kade is uitgespaard, en dat de golven in tonen vertaalt. Naar deze opname te oordelen klinkt dat inderdaad nogal naar een basblokfluit. In het stuk van Yu klinkt nog steeds het kabbelen van de golven door, alleen zijn ze in deze interpretatie schurender, woester en afschrikwekkender gemaakt: met het zeeorgel jaag je – anders dan met een kerkorgel – kinderen geen schrik aan, The scheme of the sea organ is eerder de noodkreet van een walvis uit de diepte. Toen George Crumb Voice of the Whale schreef waren er nog geen basblokfluiten; je zou The scheme of the sea organ kunnen zien als een update.

Een andere ensemble-oprichter onder de genomineerden is Ezequiel Menalled, die al sinds 2003 dirigent is van Modelo62 en die, hoewel al docent aan het KonCons, nog nét jong genoeg was om aan de competitie deel te nemen. Zijn N N wordt door het MAE ensemble samen met The Maze of Saint-Omer van de oudere componist Luiz Yudo opgevoerd; en hoewel beiden beginnen als repetitieve stukken die uitgaan van een simpel idee, zijn het toch de verschillen die in het oog springen. N N is ijler en subtieler qua klankkleur, en waar het ‘Labyrint’-stuk zo is opgezet dat het open blijft of het stuk zich ontwikkelt of hetzelfde blijft, verandert N N gaandeweg van een minimalistisch in een spectralistisch stuk. [Raadseltje: naar welke componist verwijst N N ?]

Hoe snel de muziek verandert kun je horen aan De l’Étant Qui Le Nie van jurylid Miguel Azguime. Het stuk uit 1998 is nog altijd indrukwekkend als pianosolo, of liever gezegd als duo van piano en live sampling. De eerste noten lijkt er in de piano ook een Glockenspiel te steken, later lijkt het een piano onder water, er zijn verstilde momenten met subtiele echo’s en massieve hamerslagen. Maar het idioom komt niet meer hedendaags over, juist vanwege de behoefte om alle denkbare manieren van electronische modulatie uit te putten: tegen het einde zou je willen dat hij zich wat inhield. Live electronica is ondertussen klassiek modern geworden.

Ingehouden was het concert van ensemble De Ereprijs, met resulaten van een workshop voor jonge componisten, in elk geval niet. De samenstelling van het ensemble, met veel blazers en zonder strijkers, noopt al tot post-avantgarde fanfare; voor de verdere frivoliteit waren er aan de workshop nog een aantal vrouwenstemmen toegevoegd. Het resultaat is titels als Hussy, Excerpts from the process of creating a monstrosity, Rotten music (een verwrongen hommage aan punker Johnny Rotten met veel drumgeweld) en Silk hole (een stuk over de liefde, “and that’s all I want to say about it”, met meisjes die zich aanstellen).

De Ereprijs Young Composers Workshop is al een paar jaar een vaste prik op het festival, en het devies ervan zou ieder jaar weer kunnen luiden: doe iets geks! De stukken die eruit voortkomen, zijn natuurlijk vrij kort; maar het zou teveel van het goede worden, ze alle 16 uit te voeren in één concert. (Wie ze allemaal wil horen, kan terecht op de site van De Ereprijs.) In plaats daarvan wordt er dus een selectie uitgevoerd, afgewisseld met werken van de docenten.

Sommige jonge componisten hoef je niet aan te moedigen om iets geks te doen. Sergey Khismatov bijvoorbeeld, getuige zijn stuk over een dronken zwerver van afgelopen maandag en het filmpje dat hij en Anna Korsun instuurden om zich te presenteren. Het probleem voor de jury is: hoe vergelijk je dat met werk dat technisch goed in elkaar zit en interessant klinkt, maar waar niks mis mee is? Natuurlijk kun je allebei beoordelen op de manier waarop een artistiek idee wordt uitgewerkt, of het overtuigend is en of de maker het materiaal ten volle weet te benutten. Het verschil tussen de verlichte hoempa van de Ereprijs en het verfijnde strijkkwartet van Diana Soh, waarmee het avondconcert begon, is meer dan alleen een verschil tussen ironie en ernst (en je hoeft ze niet met elkaar te vergelijken, want de stukken van de workshop dingen niet mee naar de Gaudeamusprijs). Maar als je vindt dat het werk van Soh beloftevol maar niet uitgesproken genoeg is, moet je dan tegen haar zeggen: doe eens iets geks?

http://www.muziekweek.nl

http://blog.eigentijds.radio4.nl/

Tags:

Reageer