Democratisch componeren

Door Floris Solleveld (zie ook zijn blog Ottokar’s Eenpersoonskoninkrijk)

Zondag gaat Götterfunken in première, het muziektheaterstuk van Wilbert Bulsink en Jeroen Kimman met het Rosa Ensemble over een 9000 kilometer lange fietstocht door Europa. Tijdens Toonzetters 2010, waar Wilberts stuk Koranfragment was geselecteerd, konden we telefonisch al horen hoe het ging; tijdens de Uitmarkt was er een eerste voorproefje van tien minuten te horen; en in de VPRO gids en de Gaudeamus programmakrant is hij al geïnterviewd over hoe dat was, 9000 kilometer fietsen. (“Ik zou het zo opnieuw doen.”)

Wat moet je dan nog vertellen over de totstandkoming? Nou, heel wat. Tijdens de voorvertoning op de Uitmarkt vertelde de dramaturg me dat dit zo’n beetje was waar het stuk nu was, na vijf dagen repeteren, en dat ze het nu in twee weken samenhangend en vier keer zo lang gingen maken. Als ik ze spreek in hun repetititeruimte in Overvecht, na een van de laatste repetitiedagen, tref ik daar een bescheiden slagveld van schetsen, bureau-accessoires en verspreide instrumenten aan.

Tijdens de reis maakte Wilbert dagelijks veldopnamen – in principe 15 seconden “maar soms ook wel 20 minuten”. Zijn reisgenoot Geert Glas maakte ondertussen illustraties. Voor zover er een oorspronkelijk plan was, was het om met dat materiaal een collagestuk voor ensemble te maken. Toen sloot Wilbert zich vijf dagen op met alle geluidsopnamen om een selectie te maken – uiteindelijk gebruiken ze er maar 19 van of zo. Op dat moment was er sprake van iets wat “alles tussen 10 en 60 minuten kan worden.” En toen ging het de repetitieruimte van het Rosa Ensemble in, om een stuk te worden. En daar ging het pas echt los.

“Dat hele idee van een componist die een partituur indient is volslagen achterhaald”, zegt Daniel Cross, de artistiek leider van het Rosa Ensemble. “Het Gaudeamus heeft met de verhuizing naar Utrecht wel vijftien jaar ingehaald, maar ze liggen nog steeds achter. Dat interesseert geen mens. Het gaat om het complete product. De persoon die het licht doet, is daarbij even belangrijk. De persoon die de visuals doet, even belangrijk.”

Götterfunken is deel van een Europees project dat uiteindelijk voltooid moet zijn bij de Vrede van Utrecht 2013, en waarbij andere ensembles in Europa worden aangezocht om op hetzelfde thema te variëren. “Freude, schöner Götterfunken, Tochter aus Elysium” – zo begint Schillers Ode an die Freude en Beethoven’s negende. Ironisch genoeg is die muziek door de Europese Unie in 1985 tot officiële Europese hymne uitgeroepen, maar dan zonder de tekst, want die is te Duits – en geen ‘Europees volkslied’, want de Europeanen zijn geen volk.

Wilberts odyssee door Europa is een soort van Europese eenwording van onderaf: “in ieder dorp werden we gewaarschuwd voor die lui in dat andere dorp, en overal waren de mensen hartelijk en gastvrij.” Het eindresultaat wordt een montage van indrukken, geluidsfragmenten, beeldfragmenten, en naderhand gereconstrueerde herinneringen – maar vooral van heel veel muzikale interpretaties van dat materiaal.

Je zou het werken van het Rosa Ensemble voor dit stuk nog het beste met een rockband kunnen vergelijken. “Ik liet een geluidsfragment horen in de groep, en dan bleek dat ze het allemaal op een verschillende manier konden namaken. Als componist heb ik er een week voor nodig om zo’n geluid te bedenken. Daarvoor moet je een musicus zijn die met het instrument door en door vertrouwd is. Uiteindelijk wordt het gekwaak van de kikkers nagedaan door een contrabas.”

Geert maakte ondertussen tijdens de repetitie nieuwe tekeningen en collages, en als er een paar regeltjes nieuwe partituur bij geschreven moesten worden, werd dat soms gewoon ter plekke gedaan. “Nee, het is niet alsof we nu nog nieuw materiaal gaan toevoegen”, verklaart desgevraagd Jeroen Kimman, die als componist/gitarist meeschreef. Het is nu meer als een film die op de montagetafel ligt, en waar nog scènes herschikt of eruit geknipt worden. De laatste week werd een theatermaakster bij de voorstelling betrokken, om als “eindregisseur” te functioneren.

“Het nadeel is wel, dat het een democratie wordt”, merkt Daniël Cross ironisch op. Niet helemáál een democratie, riposteert Wilbert. Maar het is wel een manier van denken die lang niet bij alle klassieke musici werkt – “die willen liever een vast omlijnd stuk” – en een manier van repeteren waarbij je als componist het stuk niet vóór je kunt zien, en het niet kunt beoordelen als een goede of slechte uitvoering van jouw stuk. En je kunt het niet als partituur insturen bij Gaudeamus. Daniël noemt dat “het nieuwe componeren”, maar Wilbert geeft grif toe dat je het niet te vaak moet doen: “Je wordt er heel onzeker van. En ik hóu van dat ambacht, dat oude componeren.”

Een probleem is ook, dat niemand anders het kan uitvoeren. Je kunt het niet uitgeven bij Donemus, “maar je kunt er een DVD van maken”, “of waarom geen website?” Ten slotte is de compositie ook maar een deel van de voorstelling. Pas na zondag zullen ze weten waar ze mee bezig geweest zijn, en als het in november in Huddersfield staat, zal het alweer een ander stuk zijn.

Ontspannen? “Totaal ontspannen.”

Tags:

One Response to “Democratisch componeren”

  1. L.Tibbe zegt:

    Goeie recensies Floris! Je legt e.e.a. goed uit, en schrijft leuk.

Reageer